Magritte Museum Brussel
- Rik Beirinckx

- 12 aug
- 4 minuten om te lezen

Het moet lang geleden zijn sinds ik het museum dat volledig gewjd is aan het leven en werken van Margritte bezocht. Dus tijd voor een nieuw bezoek. Ondertussen bezocht ik het huis in Jette waar Margritte gedurende 24 jaar geleefd en gewerkt heeft en in 2021 eveneens de immersive experience 'Inside Margritte'. Het museum maakt deel uit van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België met meer dan 200 werken en een uitgebreide beschrijving van zijn leven.
René Magritte (1898–1967) behoort tot de belangrijkste Belgische kunstenaars van de twintigste eeuw. Met zijn ogenschijnlijk eenvoudige, maar raadselachtige schilderijen ondermijnde hij onze vanzelfsprekende ideeën over beelden, taal en werkelijkheid. Zijn kunst is herkenbaar aan de combinatie van alledaagse voorwerpen, een nauwkeurige schilderstijl en situaties die logisch lijken, maar bij nader inzien onmogelijk of verontrustend zijn.
René François Ghislain Magritte werd op 21 november 1898 geboren in Lessen, in Henegouwen. Zijn jeugd werd sterk getekend door de zelfmoord van zijn moeder. Op jonge leeftijd ontmoette hij Georgette Berger, met wie hij in 1922 trouwde. Zij bleef zijn hele leven zijn echtgenote, model en muze.
Hij studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Brussel. In zijn beginjaren experimenteerde hij met verschillende moderne stijlen, waaronder het kubisme en futurisme. Aanvankelijk werkte hij ook als ontwerper en maakte hij reclame- en grafisch werk, wat hem technisch vakmanschap en een scherp gevoel voor beeldtaal bijbracht.
Een beslissende invloed was het werk van de Italiaanse schilder Giorgio de Chirico. Vooral diens schilderij Het lied van de liefde maakte diepe indruk op Magritte. De Chirico plaatste vertrouwde voorwerpen in een ongewone omgeving, waardoor een sfeer van mysterie en vervreemding ontstond. Magritte ontwikkelde vanuit die ervaring zijn eigen vorm van surrealisme. In de jaren twintig raakte Magritte betrokken bij de Belgische surrealistische beweging. Anders dan sommige surrealisten, die sterk vertrouwden op droombeelden en spontane verbeelding, schilderde Magritte met een beheerste, bijna zakelijke precisie. Zijn voorstellingen lijken vaak op illustraties of reclamebeelden, maar de logica ervan is ontwricht.
Vanaf ongeveer 1929 ontstond zijn herkenbare volwassen stijl. Magritte schilderde onder meer mannen met bolhoeden, appels, pijpen, ramen, wolken, stenen en gordijnen. Hij veranderde echter de verhouding tussen die elementen. Een steen zweeft in de lucht, een landschap verschijnt in een schilderij binnen het schilderij, of de nacht en de dag lijken tegelijkertijd aanwezig.
Een beroemd voorbeeld is La trahison des images (Het verraad van de voorstelling, 1929), met de afbeelding van een pijp en de tekst “Ceci n’est pas une pipe” — “Dit is geen pijp”. Magritte wijst erop dat een geschilderde pijp geen echte pijp is: het beeld stelt een voorwerp voor, maar is het voorwerp zelf niet. Daarmee onderzoekt hij de afstand tussen werkelijkheid, voorstelling en taal.
Van 1930 tot 1954 woonde Magritte met Georgette in een huis aan de Esseghemstraat in Jette, Brussel. Daar werkte hij in een kleine eetkamer die als atelier diende. In deze periode ontstond een groot deel van zijn oeuvre.
Tussen 1927 en 1930 verbleef Magritte in de omgeving van Parijs. Daar kwam hij intensiever in contact met Franse surrealisten, onder wie André Breton. Toch bleef hij enigszins onafhankelijk van de Parijse groep. Zijn werk was minder gericht op een persoonlijke droomwereld dan op het ontmaskeren van de manier waarop mensen naar de werkelijkheid kijken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde zijn schilderstijl tijdelijk. In plaats van de koele, donkere sfeer van zijn vroegere werk gebruikte hij heldere kleuren en een lossere penseelstreek. Deze zogenaamde “zonnige” periode was deels een reactie op de sombere oorlogsomstandigheden. In de late jaren veertig ontstond vervolgens de zogenaamde période vache, een bewust grove en soms karikaturale stijl waarmee hij de verwachtingen van publiek en critici uitdaagde. Magritte bleef gedurende zijn leven schilderen, tekenen, schrijven en experimenteren met fotografie en film. Onderzoek naar zijn amateurfoto’s en films heeft bovendien laten zien dat hij een speelse, humoristische kant had en zich graag samen met vrienden en medestanders ensceneerde. Magrittes blijvende kracht ligt in de spanning tussen eenvoud en raadselachtigheid. Hij schilderde geen volledig verzonnen werelden, maar gewone dingen die hij net genoeg veranderde om onze zekerheden aan het wankelen te brengen. Daardoor blijft zijn werk actueel: het herinnert ons eraan dat een beeld niet hetzelfde is als de werkelijkheid en dat kijken altijd ook interpreteren betekent.
Deze vaste collectie is te bezoeken van dinsdag tot zondag. Alle info via de website.
































Opmerkingen