Anton Gormley - Geestgrond
- Rik Beirinckx

- 25 mei
- 2 minuten om te lezen

Antony Gormley (1950) geboren in Londen (Hampstead) groeide uit tot een toonaangevende Britse beeldhouwer en tekenaar. Hij verwierf wereldwijde bekendheid met werken als Angel of the North in Gateshead en installaties met vele identieke menselijke figuren, vaak gebaseerd op gietsels van zijn eigen lichaam.
Vanaf de jaren 80 focust hij op het lichaam als “plaats” eerder dan als anatomisch object, en onderzoekt hij hoe we ons verhouden tot architectuur, landschap en zwaartekracht. Hij werkt veel met materialen zoals lood, ijzer en staal en gebruikt minimale, krachtige vormen om vragen te stellen over de plaats van de mens in natuur en maatschappij. Gormley kreeg tal van internationale prijzen en tentoonstellingen en geldt vandaag als een van de meest gerenommeerde hedendaagse beeldhouwers.
Geestgrond werd aangekondigd als de grootste Belgische solotentoonstelling van de kunstenaar en samengesteld door de internationaal gelauwerde curator Carolyn Christov-Bakargie.
De titel “Geestgrond” verwijst letterlijk naar een lichte, zanderige bodem die na de ijstijd ontstond, vooral in Noord‑België en delen van Nederland, die vruchtbaar werd door zorgvuldige bewerking. Tegelijk draagt de titel een symbolische lading: geest als ziel of innerlijk, grond als aarde of oorsprong, waardoor “geestgrond” ook staat voor de voedingsbodem van het innerlijke leven en de verbeelding.
In Geestgrond gaat Gormley een directe dialoog aan met de monumentale witte zalen van het KMSKA; zijn lichaamssculpturen worden letterlijk onderdeel van het gebouw en reageren op architectuur, collectie en bezoekers. De tentoonstelling ontvouwt zich niet enkel in de zalen, maar ook buiten en doorheen het museum, in wisselwerking met werken uit de vaste collectie.
Je krijgt een breed overzicht met iconische sculpturen, monumentale installaties én meer intieme werken zoals tekeningen en schetsen, waardoor zowel de fysieke impact als de denkwereld achter zijn oeuvre zichtbaar wordt. In het “hart” van de expo komen vroege werken, notitieboekjes, tekeningen, foto’s, boeken en inspiratiebronnen samen, zodat je ook de ontwikkeling van zijn praktijk en zijn onderzoek naar lichaam, tijd en aanwezigheid kunt volgen.
De centrale rode draad is Gormleys onderzoek naar de relatie tussen het menselijke lichaam en de ruimte: hoe een persoon zich verhoudt tot architectuur, landschap en zwaartekracht. Met minimale, vaak geometrische volumes en industriële materialen creëert hij lichamen die zowel kwetsbaar als monumentaal aanvoelen, en zo vragen oproepen over onze plaats in de wereld.
De titel en het concept koppelen die fysieke ervaring aan een bijna archeologische laag: de ijstijd‑bodem als metafoor voor een gedeelde culturele en mentale ondergrond. De tentoonstelling “graaft” tegelijk in Gormleys eigen oeuvre, in de collectie van het KMSKA en in onze gezamenlijke visuele cultuur, met aandacht voor gevoel, lichamelijke waarneming en aanwezigheid in het hier en nu
Een aanrader en nog te bezoeken in het KMSKA tot 20 september.


















Opmerkingen